Hoe start je als nieuwkomer een bedrijf in Christchurch, Nieuw-Zeeland

Digital nomads zitten achter een laptop aan het strand en drinken uit een kokosnoot.

Dat willen we allemaal wel.

Ik woon met mijn gezin in Christchurch. Dus het deel ‘nomad’ is gelukt. Maar mijn werk is niet ‘digital’. Ik ben geen online coach en verkoop niks via Instagram. Ik geef strategische adviezen aan organisaties en begeleid projecten op de werkvloer. Mijn opdrachtgevers uit Nederland kan ik niet optillen en meenemen naar Nieuw-Zeeland.

Toen ik een jaar geleden in Christchurch kwam, moest ik mijn bedrijf opnieuw opbouwen in een nieuw land. En daarbij had ik veel vragen. Hoe vind ik opdrachtgevers als ik niemand ken en niemand mij kent? Hoe bouw ik mijn bedrijf op in een land waar ik de spelregels niet ken?

Het voelde als opnieuw beginnen. Opnieuw beginnen mét een achterstand.

Zit je in dezelfde situatie? Deze drie adviezen helpen je op weg bij het starten van je bedrijf in een vreemd land.

1. Leer zoveel mogelijk mensen kennen: zoek een ‘makkelijke’ baan

Als je net in je nieuwe land woont, start je niet meteen met een eigen bedrijf. Dat vraagt vertrouwen, kennis van de lokale markt en connecties. En die krijg je er niet gratis bij als je door de douane loopt.

Ik ging na aankomst meteen in een koffietent werken. Niet met mijn laptop aan een tafeltje, maar als serveerster. Voor mij was het belangrijk om direct structuur te hebben in mijn week. Thuiszitten en navelstaren is sowieso niks voor mij. Maar als je niet direct doorpakt wordt de stap om werk te zoeken groter. Door in een kleine organisatie te werken leerde ik de werkcultuur in Nieuw-Zeeland kennen en raakte ik vertrouwd met de taal.

Zoek vrijwilligerswerk of een baan, zo leer je veel over je nieuwe land. En nog belangrijker: je leert er mensen mee kennen. En dat is cruciaal.

In Christchruch is ‘word of mouth’ erg belangrijk. Hoe meer mensen weten dat je een eigen bedrijf hebt, hoe beter. Gezamenlijke kennissen hebben is hier veel waard. Zorg dat je namen van interessante personen krijgt en maak een onvergetelijke indruk, zodat ze ook jouw naam onthouden. Dwing jezelf om drie nieuwe mensen per week te leren kennen. Moet lukken toch?

2. Nederland is niet je grote broer. Stop met vergelijken.

Ik kijk door het raam naar mijn nieuwe stad en ik luister naar de persoon aan de andere kant van de telefoon. Het gaat over de invloed van de Chinese markt op Nieuw-Zeeland en hoe die verandert door de bekoelde relatie tussen Amerika en China. ‘In Nederland lijkt China heel ver weg’, hoor ik mezelf zeggen.

Ik verwijs in het gesprek zo vaak naar mijn vaderland, dat het lijkt alsof Nederland mijn grote broer is. Alsof ik alleen door het noemen van zijn naam al een veilig gevoel krijg. Alsof ik steun nodig heb.

Dat is dus heel irritant, besef ik.

Nederland betekent veel voor mij, maar voor mijn Nieuw-Zeelandse gesprekspartner is het nietszeggend.

Stop dus met vergelijken. Het werkt averechts en je creëert geen goodwill. Het is geen wedstrijd tussen twee landen. Het is niet zo dat Nederland de norm is waaraan je moet toetsen.

3. Je hebt een accent en je bent erg direct: je bent anders.

De mensen zijn hier ontzettend vriendelijk.

Zelfs tegen mijn vader van 65, die raak kletst in steenkolenengels, zeggen ze hoe fantastisch hij de taal beheerst.

Ik spreek een aardig woordje Engels, maar het is overduidelijk te horen dat ik hier niet vandaan kom. Ook mijn Europese uiterlijk verraadt dat ik geen Kiwi ben.

Kortom: ik ben anders.

Daar ben ik me bewust van.


Accepteer de onzekerheid en keer het om. Je bent anders, maar maak er gebruik van. Doordat je opvalt onthouden mensen je ook makkelijker. En je bent interessant, want je hebt een andere achtergrond. Dat kan net de motivatie zijn om je uit te nodigen voor een eerste gesprek.

©2020 proudly created for HOOVR.