Hoe je oplaadt van een weekend alleen weg

– zelfs als je het al eng vindt om in je eentje een Chardonnay te drinken op het terras


Ik word wakker met kriebels in mijn buik. Mijn vriend M. zet een kop koffie voor mijn neus en vraagt ‘Heb je er zin in?’. Ik knik enthousiast: 'Ja, ik kijk ernaar uit!'

Ik ga een weekend weg, de stad uit. Alleen.

Alles is geregeld. Ik weet welke boeken ik wil lezen en waar ik kan wandelen. Mijn vriendin haalt de kinderen van school.

Op de ochtend van vertrek hang ik de was op. De zon schijnt. Ik hoor mezelf fluiten en ik huppel bijna door het huis. Even later gooi ik mijn weekendtas achter in de auto en rij ik via de Alpine Highway de stad uit. De muziek staat hard.Paul Kalkbrenner schalt uit de speakers.

Ik denk terug aan de afgelopen weken. Als ik anderen vertel over mijn plannen om alleen weg te gaan, reageren ze vol bewondering. Soms een tikkie afgunstig.

‘Wat goed dat je dit doet.’

‘Iedereen zou het moeten doen.’

‘Ik zou het moeten doen.’

Ik weet dat er drempels zijn die je tegen houden om alleen op pad te gaan.

Dat het niet uitkomt, bijvoorbeeld. Omdat er altijd wel iets te doen is. Wijn drinken met een vriendin, appeltaart eten bij je ouders. Plinten plakken op de bovenverdieping. Je gaat bijna op vakantie of je bent net terug van vakantie. Voor jezelf kiezen kost óók tijd, heb ik gemerkt.

Maar de belangrijkste bezwaren zijn van persoonlijke aard: het schuurt een beetje om alleen te zijn.

Ik stop onderweg bij een lunchroom. Het staat er bomvol met tweedehands spullen en ik bestel een bagel met zalm. Terwijl ik van mijn flat white nip, loopt er een moeder met haar dochter langs. Ze kijkt mij aan en knikt lief. Het stel naast me eet de soep van de dag.

Wat denken ze over mij, vraag ik me af. Dat ik geen moeder ben? Dat ik geen partner heb? Misschien vinden ze me zielig omdat ik mijn zaterdagmiddaglunch nuttig zonder gezelschap.

Ik kies er bewust voor om af en toe alleen weg te gaan. Ik heb dan alleen mijzelf om rekening mee te houden. En dan wordt het interessant. Dat gevoel van autonomie is voor mij noodzakelijk. Dat is wie ik ben. Het bepaalt mijn identiteit.

In het dagelijks leven pas ik me veel aan. Ik heb mijn gezin. Mijn familie en vrienden. Ik ben druk met werk. Het is nogal vol, lekker vol. Mij hoor je niet klagen. Maar alleen zijn is dan niet vanzelfsprekend.

Ook ik vraag eerder een vriendin om samen iets te gaan drinken, dan dat ik alleen op het terras neerplof en een Chardonnay bestel. We zijn nu eenmaal van nature groepsdieren. Het zit in onze aard. Maar die roedel om je heen is niet altijd nodig. Alleen zijn is juist belangrijker aan het worden, merk ik.

Als ik na drie dagen terugrijd naar Christchurch neem ik de alternatieve route. Deze weg duurt langer. Ik zie de natuur vanuit mijn autoraam veranderen. Ik rij langs rivieren en verlaat de bergen en kom steeds dichter bij huis. Voor een kort moment overvalt mij een zwaarmoedig gevoel, alsof ik mijzelf achterlaat.

©2020 proudly created for HOOVR.